Tot aan het laatste jaar op de middelbare school had ik eigenlijk nog geen idee wat ik daarna wilde gaan doen. Mijn grootste wens was om van vliegen mijn beroep te maken, voortkomend uit mijn passie voor zweefvliegen. Tenslotte had ik al bijna 4 jaar op kosten van de staat gevlogen, omdat men er van uitging dat zweefvliegen een goede voorbereiding was voor vliegers bij de luchtmacht (in de zweefvliegerij bekend als scholierenbonnen). Maar voor vlieger bij de luchtmacht had ik toch bedenkingen: voor reserve-officier vlieger had je alleen een HAVO-diploma nodig, en ik zat tenslotte op het Gymnasium, dat voelde toch min of meer als een stapje terug. Daarnaast betrof dat een contract van 6 jaar, en wat daarna? En voor beroeps-officier vlieger was dat eerst 3 jaar doorpersen op de KMA, om daarna toch nog het risico te lopen dat je als vlieger faalde en toch wat anders moest gaan doen. Verkeersvlieger was al helemaal geen optie, want de Rijks Luchtvaart School (RLS) nam in het jaar van mijn eindexamen geen leerlingen meer aan, omdat er al veel te veel vliegers waren.

Op zoek naar alternatieven ben ik wel naar open dagen van de TH Eindhoven en de Leidse Universiteit geweest, om te kijken of studies als chemie, natuurkunde of geneeskunde iets voor mij waren. Eerlijk gezegd kon ik van geen van deze bezoeken echt enthousiast worden.

Op zeker moment kwam mijn vader met een advertentie van de Koninklijke Marine in de Televizier (een TV-gids waar we toendertijd op geabonneerd waren). "Is dit niks voor jou?". Mijn vader had zijn dienstplicht bij de Marine Luchtvaart Dienst doorgebracht als vliegtuigmonteur, en had daar altijd goede herinneringen aan. Ik reageerde gematigd geïnteresseerd, maar besloot er toch in mee te gaan. Je kreeg in ieder geval een gratis(!) keuring, wat altijd was meegenomen. En na een bezoekje van een voorlichter bij ons thuis (LTZ1 de Witt, een voormalig vlieger bij de MLD) was in ieder geval mijn vader razend enthousiast, en na het vernemen dat je tijdens de opleiding gratis kon zweefvliegen werd het voor mij toch ook wel interessant.

De keuring was een 3- tot 4-daags gebeuren op het keuringscentrum van de marine in Hollandse Rading. Je kreeg vrijvervoertjes voor de trein, dus een gratis uitstapje. Na aankomst op zondagavond werden we met z'n allen in een grote slaapzaal ondergebracht. Ik weet nog dat een sergeant van de mariniers 's avonds de zaal controleerde, rondkeek, inschatte hoeveel man er waren (zo'n 120 man), en zei dat de volgende avond de helft vertrokken zou zijn. Ik dacht dat hij een grapje maakte, maar dat bleek inderdaad wel het geval. In de periodes tussen de feitelijke keuringsactiviteiten maakte je kennis met de andere optanten, en werden spannende filmpjes getoond van de activiteiten bij de marine en de mariniers. Eén van de eerste (latere) jaargenoten die ik daar leerde kennen was Ad Sepp, die mij op dat moment voorkwam als een langharige junkie met al behoorlijk wat ruige levenservaring. Ik dacht, als die aangenomen wordt, dan maak ik toch ook nog wel een kans. We hebben daar samen heel wat uurtjes op de pinball automaten gespeeld.

Na een dag of 3 kwam het einde van de keuringscyclus in zicht: we moesten om beurten voor een panel van hoge marine-officieren verschijnen, die ons allerlei vragen stelden om te zien wat voor vlees ze in de kuip hadden. "Ga zitten" (ik zat al, dus was niet zo'n goed begin). Of ik verkering had? Nou nee, op dat moment had ik daar even genoeg van (dacht dat ze dat wilden horen). "Weet je wat voor schip dat is"  (wijzend op een foto van een marineschip). "Een fregat", wist ik uit te brengen, want die kreet had ik gehoord van mede-optanten die op de gang driftig alle boeken van de marine aan het bestuderen waren (zelf had ik daar nog niet echt behoefte aan). "Wist je dat zelf, of heb je dat op de gang gehoord?". Ik gaf maar eerlijk toe dat ik dat op de gang had gehoord. "Waarom heb je niet voor het korps mariniers geopteerd?" "Zo gek ben ik nou ook weer niet" (grote hilariteit bij de niet-mariniers van het panel). Het feit dat ik zweefvlieger was leek in ieder geval de score wat op te poetsen. Tot slot werd ik de kamer uitgestuurd, en mocht even later weer binnenkomen. "Zorg dat je je diploma haalt, dan ben je aangenomen". Buitengekomen werd ik door de anderen uitgehoord of ik "KRO" had gekregen. Ik had geen idee wat dat betekende, maar dat bleek "kan rekenen op benoeming" te zijn. Nou, dat had ik ze niet horen zeggen, maar ging er maar van uit dat het zo ook goed was.

In ieder geval was ik in deze dagen, met al die filmpjes over de marine, en na kennismaking met een aantal andere lui tijdens die keuring, best wel enthousiast geworden. En de mogelijkheid om weer een aantal jaren gratis te kunnen zweefvliegen heeft zeker meegewogen. Daarmee was mijn eindexamenperiode een stuk relaxter dan van mijn klasgenoten. Ik hoefde geen hoge cijfers te halen om een grotere kans te maken bij de loting, dus genoeg was genoeg. Ik heb dan ook over geen enkel examen langer dan 2 uur zitten piekeren.