Memories
  1. You are here:  
  2. Home
  3. Koninklijke Marine
  4. KIM
  5. Praktijkjaar

Fastnet-race 1979

Details
Written by: rini
Category: Praktijkjaar
Published: 06 February 2026
Hits: 1

“Voor diegenen die de Kieler Woche wel eens meegemaakt hebben, het is net zo iets”. Dat stond op de dagelijkse orders van de Hr. Ms. Overijsel op de dag dat ik daar aan boord kwam. Ik was overgeplaatst van de Hr. Ms. De Ruyter. Dat schip ging in dok en ik moest in m'n praktijkjaar zoveel mogelijk varende ervaring opdoen. Toevalligerwijs was het laatste bezoek van de Hr. Ms. De Ruyter kort voor het zomerverlof aan Kiel. Tijdens de Kieler Woche, maar dat is weer een verhaal apart. Met die ervaring en de mededeling op de dagelijkse orders waren mijn verwachtingen van de Cowes Week hoog gespannen.

Helaas... Voor ons bleek het geen bezoek aan Cowes tijdens de Cowes Week. De opdracht was om de zeiljachten te begeleiden tijdens hun race naar de Fastnet-rock, een stuk west van de zuidwestpunt van Cornwall. Wel bood het voor mij als nieuwbakken wachtsofficier gelegenheid om ervaring op te doen.

Zondag 12 augustus vertrokken we tussen een hele vloot van zeiljachten vanaf de rede van Cowes, een havenstadje aan de noordkant van het eiland Wight. Het was bijna windstil, het water was spiegelglad, dus de tocht door de Needles ging tergend langzaam. Na de Needles kwamen we op open water en kregen wat meer ruimte. Ook kwam er iets meer wind, zodat de zeiljachten meer vaart konden maken.

De nacht van zondag op maandag voeren we heel rustig in een hele zwerm van zeiljachten in het Kanaal richting de Atlantische Oceaan. Maandagochtend was het nog steeds heel rustig en laadden we olie uit een tanker van de Royal Navy. We deden wat zeemanschappelijke oefeningen zoals een sloep te water laten, want de zeiljachten gingen nog steeds niet echt snel.

In die tijd waren er nog geen weersatellieten en was de weersverwachting ook nog niet zo betrouwbaar als tegenwoordig. Weerstations waren afhankelijk van meldingen van schepen, waarbij ook wij ons steentje bijdroegen. We hadden daarom niet echt een indicatie van wat ons te wachten stond.

Maandagavond had ik als toegevoegd officier van de wacht (omdat ik nog maar net aan boord was geplaatst liep ik nog geen zelfstandige wachten) de eerste wacht van 20.00 tot 24.00. Tijdens die wacht begon de wind snel aan te wakkeren. Bijna direct aan het begin van de wacht kwam een bericht binnen van een zeiljacht dat z'n helmstok had gebroken. We voeren er heen om assistentie te verlenen, maar ze bleken hun probleem zelf min of meer te hebben opgelost en konden zelfstandig naar een uitwijkhaven (Cork Harbour) terugkeren. Direct daarna kwamen er nog drie meldingen van achtereenvolgens Evergreen, Scaldis en Wild Goose. Ook zij hadden problemen met hun roer, waarbij die van de laatste zo ernstig dat ze helemaal stuurloos waren. Wild Goose had wel z'n positie doorgegeven, maar in die tijd was er nog geen GPS dus posities waren niet heel erg nauwkeurig. Inmiddels was het donker geworden en het zicht verslechterd. We vroegen Wild Goose om haar positie met een vuurpijl te markeren, maar ze hadden hun lichtkogels bij festiviteiten in Cowes verschoten. Toch dachten we Wild Goose te hebben gevonden en bleven er zo dicht mogelijk in de buurt.

Normaal gesproken zou mijn wacht er om 24.00 op zitten, maar omdat het totale chaos was met al die meldingen, de wind inmiddels was aangewakkerd tot windkracht 10 met uitschieters tot 11, en de zeegang dusdanig was dat er van slapen toch niks zou komen bleef ik op de brug. Daar ben ik gebleven tot woensdag.

In de nacht van maandag op dinsdag om 03.00 kwam het eerste bericht binnen van reddingsvlotten die gesignaleerd waren, dus wij op zoek. Om 04.05 kwam een Mayday-bericht binnen met een positie, waarna we om 05.38 een reddingvlot visueel kregen. Dat vlot bleek bij nadere inspectie echter leeg. 's Ochtends kregen we assistentie van een Nimrod en een Seaking, die ons naar de positie van een dinghy dirigeerden. Daar troffen we een volledig stuurloos jacht aan waarvan we de opvarenden aan boord namen. Het was de Polar Bear. Weer een half uurtje later namen we drie mensen van een dinghy afkomstig van het jacht Trophy aan boord. Omdat we tijdens het oppikken stil lagen rolde het schip enorm en rolde een metershoge golf de schoorstenen in. Het vuur onder de stoomketels werd geblust en de jager kwam zonder voortstuwing én zonder spanning stil te liggen, inmiddels bijna dwarszees met brandinggolven van zo'n 12 meter hoog. Op dat moment gaf de commandant de order om een Mayday te verzenden. Gelukkig (achteraf gezien) bleken we geen zender tot onze beschikking te hebben omdat de spanning was uitgevallen. De enige zender die het nog deed was een draagbare zender die een zeilofficial bij ons aan boord was bij zich had. Die was hij overigens bijna kwijt geraakt toen hij via de trap aan de buitenzijde van de brug naar boven kwam en hij bijna overboord sloeg: hij wist zich nog net aan de leuning van de trap vast te grijpen, zodat we hem weer aan boord konden trekken.

Gelukkig slaagden de machinisten er snel in alles weer op gang te krijgen. De Nimrod had inmiddels een paar gele zwemvesten gemeld dus wij daarheen. Die konden alleen opgepikt door een zwemmer het water in te sturen, wat best een hachelijke operatie was. We brachten het schip langszij de eerste drenkeling die in het zwemvest bleek te zitten. Maar hij dreef met z'n hoofd naar beneden dus het was zelfs vanaf de brug duidelijk dat hij al verdronken was. Zelf werd ik als toegevoegd officier van de wacht naar de Eerste Officier op het achterschip gestuurd omdat de communicatie met de brug wat stroef verliep. Om tijd te winnen nam ik de kortste route, dus over het laagst gelegen open dek, waar officieel een passageverbod van kracht was. Bij het achterschip aangekomen brulde de Eerste Officier dat ik als de sodemieter naar boven moest komen. Terwijl ik de ladder naar het hoger gelegen dek opklom stortte een massieve golf zich tegen het dekhuis net onder me. Even later en ik was compleet weggespoeld! Na het overbrengen van een boodschap maar weer terug naar de brug over een hoger gelegen dek met wat meer kruip- en sluipdoor. Inmiddels waren we naar de tweede drenkeling doorgevaren, maar ook die bleek reeds te zijn overleden.

Tijdens de lunch die middag in de longroom vertelden de overlevenden van de Polar Bear dat hun navigator overboord was gespoeld. Ze hadden hem de dinghy nageworpen, waar hij ingeklommen was. Ze konden hem echter niet meer aan boord trekken, en hadden hem voor hun ogen zien verdrinken.

's Middags namen we nog een aantal opvarenden aan boord van een Frans jacht omdat een Seaking niet in staat was hen op te pikken. Ook namen we nog een leeg reddingvlot aan boord om te voorkomen dat we daar later weer heen gestuurd zouden worden. Een Seaking dirigeerden we naar een jacht waarvan we een noodsignaal hadden waargenomen. De opvarenden van dat jacht werden door de Seaking opgepikt. 's Avonds tegen elf uur troffen we nog een jacht aan, maar zien geen signalen dat ze hulp nodig zouden hebben. We markeerden de positie met de bedoeling bij daglicht nog even te controleren of alles daar aan boord in orde was. Om half vier 's morgens kwam echter de volgende melding van een rode lichtkogel die door de Nimrod was waargenomen, dus wij weer op pad naar die positie.

Die woensdagochtend was de zee weer dusdanig gekalmeerd dat de passageverboden op open dekken opgeheven konden worden. Wij stoomden van het ene jacht naar het volgende om te kijken of er problemen waren. Soms bleken de jachten verlaten. Ook kwamen we nog een vreedzaam zeilend jachtje tegen met een wat oudere man die aan z'n pijp zat te lurken met zijn vrouw naast zich. Ze leken te genieten van hun tochtje en wisten zich van de prins geen kwaad. We namen nog een lege dinghy aan boord, en ontdekten nog een verlaten jacht (de Tiderace IV). 's Middags onderzochten we nog een omgeslagen trimaran, de Buck's Fizz, maar konden geen enkel teken van leven ontdekken. 's Avonds kwamen we nog een verlaten jacht tegen, de Grimalkin. Wat later werd gemeld dat het wrak reeds was onderzocht, dus voeren terug naar Plymouth. En ik kon (eindelijk) op pad naar m'n bed, althans dat was het plan, maar dat bleek bezet door één van de opgepikte zeilers. Van ellende maar ergens anders een leeg bed gezocht, en als een blok in slaap gevallen.

Donderdagochtend werd ik ruw gewekt met de mededeling dat ik was aangewezen als officier van de erewacht bij het van boord brengen van de doden. Zo kwam ik dus voor het eerst van m'n leven op het journaal in Nederland! Uiteraard was dat stukje zo kort dat het verder niemand was opgevallen. Wat (gelukkig) kennelijk ook niemand was opgevallen, was dat het van boord brengen van de lijkkisten een beetje chaotisch verliep. De lijkkisten waren kisten die waarschijnlijk ook tijdens de oorlog waren gebruikt en nogal klein van formaat. In ieder geval te klein om de lijken die wij opgepikt hadden in te kunnen stoppen. Het had dus nogal wat voeten in de aarde om die kisten dicht te krijgen. Eén van de kisten dreigde tijdens het transport over dek zelfs open te gaan. Gelukkig konden ze met wat kunst- en vliegwerk de kist toch dicht houden, en met enige egards netjes aan wal brengen.

Main Menu

  • Home
  • Koninklijke Marine
  • Zweefvliegen
  • Levensverhaal

Login Form

  • Forgot your password?
  • Forgot your username?